Speculeren over de Speculaasplank
Nathan Douenburg
07.03.2026
Soms stommelt men op een feitje. Een foto of een waarheidje dat laat zien wat voorafgaand gedacht werd in duigen valt. Het bewijs vanuit het verleden onthuld dat iets niet ‘
echt’ is. Dit overkwam mij in de Dille & Kamille, met een speculaasplank in de hand.
De Dille & Kamille speculaasplank in kwestie presenteert zich als een ouderwetse bakvorm voor het maken van speculaas. Het wordt aangeprezen als ‘authentiek’ en ‘voor bakliefhebbers,’ en zou gebaseerd zijn op de lange bakkershistorie van Nederland. Toch voelde het voor mij – als kind uit een bakkersfamilie – in geen enkel opzicht daadwerkelijk authentiek, ambachtelijk, of verbonden met vakmanschap. Wanneer ik van mijn oma een speculaasplank uit de 19e eeuw kreeg, begreep ik direct waarom de plank van de Dille & Kamille zo’n verschrikking is.
1 Laten we, om de plank te beoordelen, een kijkje nemen in de bakkersgeschiedenis.
Figuur 1. Het Dille & Kamille ‘Poldermolen’ speculaasplankje. Afbeelding van Auteur 2026.
Iets bakken van de geschiedenis
Van oudsher is de speculaasplank een langwerpig houten voorwerp met daarin verschillende verzinkte vormen voor het vormen en afbakken van koekjes. Het stond bekend als een taaivorm
, speculaasvorm
, ‘prenten’
, of simpelweg koekplank
.2 Omtrent de negentiende eeuw is het een standaard relikwie in het bakkers-arsenaal. Er bestaan dan ook talloze variaties op de vorm van de plank; waaronder rechthoekige exemplaren met één groot motief bedoeld voor het maken van koninklijke of religieuze verbeeldingen in koekdeeg. Zo verteld de speculaasplank veel over ons verleden en volkscultuur, ziet ook Barbara Rubberrecht.
3
Zo valt al snel op, wanneer we de koekplank erbij halen die ik van mijn oma kreeg, dat de plank van bijna een meter meerdere vormen bevat. De afmetingen alleen al spiegelen de context van gebruik. De lange planken waren afgestemd op de diepte van een bakkersoven, meestal één tot anderhalve meter diep. Terwijl de kleine rechthoekige planken de juiste vorm hadden voor oventjes in huiselijke sferen.
Figuur 2. De krakeling, een van vele prenten in de plank. Afbeelding van Auteur 2026.
Zie ook de vormen die zijn gesneden in de plank. Deze motieven werden door zogeheten
koeksnijders in de planken gekerfd. Het is precisiewerk dat door een kleine groep ambachtslieden, die vakkennis en verbeeldingen van elkaar overnamen, werd uitgevoerd. Aan deze kennisuitwisseling is de universele stijl van speculaasplanken te herleiden die toch ieder ook een lokale signatuur kennen.
4 Toch heeft ieder prentje hetzelfde volume. Een bakker kon immers geen koekjes verkopen als ze allemaal verschillende groottes hadden.
Van flora en fauna tot instrumenten en symbolen. De vormen weerspiegelen de herkenbare motieven van lokale culturen. Neem bijvoorbeeld de krakeling of
pretzel, een veel gezien brood-symbool.
5 Of denk aan de ‘hoorn des overvloeds’
(cornucopia), die ook overeenkomt met de historische ‘bakkershoorn’ – een daadwerkelijke hoorn waarop de middeleeuwse bakker blies om te laten weten dat het brood gebakken was.
6
Figuur 3. Imitatiespeculaasplanken ter decoratie uit de 20e eeuw. Afbeelding van Auteur 2026.
De speculaasplank is ook onlosmakelijk verbonden aan achttiende-eeuwse tradities, waaronder de viering van Sinterklaas. De Nederlandse voedsel-identiteit is immers het sterkst in de winter, aldus Robrecht Haex.
7 Ondanks de Calvinistische moraal is men tijdens de koude en donkere dagen bereid meer te besteden aan voedsel. Ook tot op de dag van vandaag is de omzet van bakkers het grootst tijdens de winterperiode met als bewijs de verkoop van kerststollen, amandelstaven, en natuurlijk speculaas.
8 Zo heeft de bakkerscultuur met haar koeken en planken zich weten te verweven in de consumptiepatronen in Nederland.
Figuur 4. Een speculaasmachine in de collectie van Het Oude Bakkerijmuseum in Medemblik. Afbeelding van Auteur 2026.
Van brood en banket van het volk, tot voor het volk
In de loop van de twintigste eeuw is de bakkersbranche sterk veranderd. De zware arbeid is steeds verdraagzamer geworden, met name door de mechanisering en intrede van nieuwe machines.
9 Zo werd ook de lineaire plank omgevormd tot circulaire pers en hout in de bakkerij vervangen door roestvrijstaal wegens hygiëne overtuigingen. Volgens de bakkersgilde deed dit geen afbreuk aan het ambacht, zij zagen het als een noodzakelijke stap.
10
Door deze nieuwe machinale werkwijze kwam de houten speculaasplank zonder nut te zitten. Toch ontstond rond de jaren tachtig een nostalgische trend waarbij de plank een decoratieve functie kreeg in de bakkerswinkel. De plank werd opgehangen om juist de ambachtelijke aard van het bakkersberoep te tonen in tijden van mechanisering. Deze trend staat ook wel bekend als het ‘warmebakkereffect.’ Lokale bakkers wilden zich onderscheiden van de industriële (koude) bakker, ofwel supermarktleveranciers.
11 Zo werden er zelfs deuren gemaakt uit samengevoegde speculaasplanken.
12 Het bleek een succesformule, er ontstond zelfs een expliciete vraag naar donkerbruine
imitatiespeculaasplanken.
13 Uiteindelijk waaide ook deze interieurdesign trend over, maar het beeld van een speculaasplank in een ambachtelijke bakkerij bleef hangen in ons collectieve geheugen.
Deze
imitatiespeculaasplanken reflecteren in hun ontwerp de decoratieve, en daarmee hervonden, functie. Simpele beelden die
en masse machinaal geproduceerd werden, met beduidend minder detail. Daarnaast verraadt ook de vergane glorie van de goudkleurige ‘made in Holland’ sticker op de achterzijde de aard van het object als souvenir. De Planken kapitaliseren op ‘het idee van Holland’ in plaats van dat het daadwerkelijk een verband aangaat met de Nederlandse en ambachtelijke bakkersgeschiedenis.
Figuur 5 & 6. Heel Holland Bakt er niks van. Afbeelding van Auteur 2026.
Heel Holland Bakt met speelgoed
In Aflevering 5 van het 13e seizoen van het televisieprogramma
Heel Holland Bakt is het gestuntel te zien met een hedendaagse variant van de speculaasplank.
14 Hier ontvouwt het zich tot een onwijs onhandige koekjesvorm, waar elke deelnemer een poging waagt het in gebruik te nemen, maar correcte handelingen ver te zoeken zijn. Dat is ook de aanleiding voor de volgende en laatste plank in onze verkenning: de
Dille & Kamille Speculaasplank, uiterst geschikt voor
Heel Holland Bakt-achtige taferelen.
Niet alleen slaan de deelnemers de plank mis; ook het product zelf slaagt er niet in een accurate voorstelling te geven in gebruik of ontwerp. Het eerste wat opvalt aan deze plank is de kleur en soort van het hout. Het product is gemaakt van beukenhout, een houtsoort waar je geen krasje in krijgt, noch intrigerend gesneden detail. Ook de kleur is niet niet gelijk aan de oorspronkelijke planken van donkergekleurd fruitbomenhout. Daarmee staan alleen al het materiaal en formaat ver van het originele object en doet het eerder denken aan ‘montessori speelgoed’ – waar beukenhout ook de standaard is.
Het meest schrijnende aspect aan deze plank is dan wel de voorstelling van ‘Nederlandse cultuur.’ Met het motief van de molens wordt de Nederlandse cultuur gereduceerd tot één enkel beeld – in dezelfde orde als tulpen, klompen, en kaas.
15 Zodoende wordt met objecten als deze speculaasplank een essentialistische representatie van de Nederlandse cultuur opgetogen.
16 Zodoende wordt dit plankje een fysieke manifestatie van ‘het idee van Holland’. Daarmee ambieert het object een authentieke vorm van cultuur te zijn, terwijl in het historische collectieboek
Koekplanken (1974)
geen enkel bewijs is voor een plank met de verbeelding van een molen.
17 Als we dan ook terugdenken aan het trendmatige aspect, appelleert dit hedendaagse voorwerp aan een doelgroep die bezig wil zijn met authenticiteit en ambacht, zonder zich daadwerkelijk te verdiepen in wat dat dan precies is. Het sluit dan ook naadloos aan bij consumptiepatronen van de
aspirational class,18 in Nederland bekend als ‘de havermelkelite’.
19 Al langer vallen zuurdesem baksels en authentieke streekproducten als zoete koek in het romantische ideaal van deze doelgroep.
20
Zo staat de speculaasplank van de Dille & Kamille in lijn met zijn voorgangers: Van origine een kunstzinnig ingestoken gebruiksvoorwerp uit de 19e eeuw. Waarna
imitatieplanken werden geproduceerd voor een interieurdesigntrend. Om zo te eindigen met een stuk speelgoed voor een klasse die alleen wil spelen met het verleden. Het is schrijnend hoe de visuele rijkdom van het object is gereduceerd tot één toeristisch beeld. Het ontnemen van de cultuurhistorische rijkdom van het gebruikersvoorwerp is de doodsteek voor de speculaasplank. De enige molen waar de plank van Dille & Kamille aan doet denken is de molen van massaconsumptie.
Speculaas en speculatie
De eigentijdse speculaasplank van Dille & Kamille is slechts een zoethouder en geenszins een ‘echte’ achttiende-eeuwse plank. Dit weten we omdat de manier van productie, het materiaal en de gekozen voorstellingen hun verbinding met de geschiedenis hebben verloren. De plank is daarmee een façade van ambacht, authenticiteit, en vakmanschap. Wie vergeet eens achter de façade te gluren, geniet van gebakken lucht.
Overigens, stamt het woord speculaas gedeeltelijk van het woord speculeren
. 21 Passend is dit zeker, aangezien er tot op heden zelden aandacht is besteed aan ambachtelijke geschiedenissen, waaronder de volkscultuur van de bakkerswereld met al haar voorwerpen en verbeeldingen.
22
Ook in tijden waar kennis kunstmatig gegenereerd kan worden ten behoeve van commercie, blijft bewustzijn over hoe voorwerpen onze geschiedenis verbeelden of verloochen ingewikkeld. Er circuleert voldoende informatie in artikelen en advertenties wat aan waarheid gebrekkig is, zoals een artikel dat uitgebreid ingaat op de geschiedenis van de bakkerswereld met behulp van bronnen en afbeeldingen die niet lijken te bestaan.
23
De speculaasplank verbeeld daarmee meer dan enkel molens, maar een cultureel-consumptie paradox: in de zoektocht naar ambachtelijke beelden en identiteit reduceren we de geschiedenis en haar objecten tot goedkope massaproductie. Zo leert de kitscherige knulligheid van de speculaasplank ons dat we moeten leren om kritisch te speculeren, over vorm en vaderland.
_____
Nathan Douenburg is een multidisciplinair ontwerper met een focus op de cultuurhistorie van vormgeving, mens-techniek relaties, en materiële cultuur. Hij is bij de
VU Amsterdam afgestudeerd in de geschiedenis van brood, bakkers, en bakkerijen in Nederland van 1900 tot nu. Waarnaast ook afgestudeerd in design en techniekfilosofie bij de
TU Delft.
_____This article was first published in printed issue of Platform Pudding #1, centered on the theme of proof and published in March 2026.
Noten
1. De speculaasplank is elders uitgebreid geanalyseerd met inachtneming van mondelinge geschiedenis, als onderdeel van mijn afstudeerscriptie. Zie ‘Een Broodnodig Onderzoek’ (Douenburg 2025)
2. Johannes J. Schilstra, Koekplanken, 3e [uitgebr.] dr.; Oorspr. uitg.: 1961 (Van Dishoeck, 1974).
3. Barbara Rubberecht, “Speculaties rond gebak uit houten prenten: een proces van intensivering naar extensivering | Scriptiebank,” 2006, https://scriptiebank.be/scriptie/2006/speculaties-rond-gebak-uit-houten-prenten-een-proces-van-intensivering-naar.
4. Schilstra, Koekplanken, 18.
5. Janny van der Heijden, Smaakpalet van de Lage Landen: de geschiedenis van de eetcultuur in beeld, ed. Manon Henzen (Nijgh & Van Ditmar, 2023).
6. Heijden, Smaakpalet van de Lage Landen, 121.
7. R. Haex, “AllerHande: A Cultural History of Dutch Food Culture, 1955-2000” (Bachelor Thesis, 2020), .
8. Bianca Bartels, Brood op de plank een familiekroniek van drie generaties warme bakkers (Nieuw Amsterdam, 2023).
9. Annick Detremmerie, “’t Is Voor de Bakker: Industrialisatie van Brood- En Banketbakkerij,” Museum voor industriele archeologie en textiel gent, 1986.
10. Douenburg, een broodnodig onderzoek, 44.
11. Bartels, Brood op de plank een familiekroniek van drie generaties warme bakkers, 218.
12. Bartels, Brood op de plank een familiekroniek van drie generaties warme bakkers, 219.
13. Bartels, Brood op de plank een familiekroniek van drie generaties warme bakkers, 218.
14. Voor aflevering 5 van het 13e seizoen, zie: https://npo.nl/start/afspelen/surprise_3
15. Zie bijvoorbeeld hoe alleen al de molendatabase van Nederland laat zien dat het archtype in feite uit een enorme variatie bestaat. Daarnaast valt op te merken dat de poldermolen de functie duid van het architectonische werktuig, terwijl de wip- en stellingmolen daadwerkelijk verschillende types zijn met een eigen architectuur. https://www.molendatabase.nl/
16. De focus op een ‘noodzakelijk aspect’ of ‘een essentie’ in bijvoorbeeld nationale identiteit. Zoals beschreven in: Javier Gimeno-Martínez, Design and National Identity (Bloomsbury Academic, an imprint of Bloomsbury Publishing Plc, 2016).
17. Schilstra, Koekplanken.
18. Elizabeth Currid-Halkett, The Sum of Small Things: A Theory of the Aspirational Class, First paperback printing (Princeton University Press, 2017).
19. Jonas Kooyman, De havermelkelite: hoe de nieuwe yup de stad onherkenbaar verandert, Eerste druk (Das Mag Uitgevers, 2024).
20. Hans Kennepohl and Maarten Doorman, We zijn nog nooit zo romantisch geweest: met een nawoord van Maarten Doorman (Lemniscaat, 2014);
21. Rubberecht, “Speculaties rond gebak uit houten prenten.” 52.
22. Rubberecht, “Speculaties rond gebak uit houten prenten.” 2.
23. Een blog van antiek verkoper D’Antan met onder andere een collectie speculaasplanken https://dantan.nl/blogs/nieuws/de-geschiedenis-van-speculaasplanken?srsltid=AfmBOoqwHHfL4RF3lMXIo3k2zBJuTJ2f0WXovgM83jcTupViC-AHEzpG
Geraadpleegde bronnen
Bartels, Bianca. Brood op de plank een familiekroniek van drie generaties warme bakkers. Nieuw Amsterdam, 2023.
Currid-Halkett, Elizabeth. The Sum of Small Things: A Theory of the Aspirational Class. First paperback printing. Princeton University Press, 2017.
Detremmerie, Annick. “’t Is Voor de Bakker: Industrialisatie van Brood- En Banketbakkerij.” Museum voor industriele archeologie en textiel gent, 1986.
Douenburg, Nathan. “Een Broodnodig Onderzoek: A Study of the Material Culture and Socio-Technological History of the Dutch Bakery (from 1900 to 2025).” MA. Thesis, Vrije Universiteit Amsterdam, 2025.
Gimeno-Martínez, Javier. Design and National Identity. Bloomsbury Academic, an imprint of Bloomsbury Publishing Plc, 2016.
Haex, R. “AllerHande: A Cultural History of Dutch Food Culture, 1955-2000.” Bachelor Thesis, 2020. https://studenttheses.uu.nl/handle/20.500.12932/36583.
Heijden, Janny van der. Smaakpalet van de Lage Landen: de geschiedenis van de eetcultuur in beeld. Edited by Manon Henzen. Nijgh & Van Ditmar, 2023.
Kennepohl, Hans, and Maarten Doorman. We zijn nog nooit zo romantisch geweest: met een nawoord van Maarten Doorman. Lemniscaat, 2014.
Kooyman, Jonas. De havermelkelite: hoe de nieuwe yup de stad onherkenbaar verandert. Eerste druk. Das Mag Uitgevers, 2024.
Ministerie van Financiën. “1.1.1 De Ontwikkeling van Brede Welvaart in Nederland | Ministerie van Financiën - Rijksoverheid.” 2024. https://www.rijksfinancien.nl/miljoenennota/2024/2153046.
Oudenampsen, Merijn. “Havermelkelite.” De Groene Amsterdammer, oktober 2023. https://www.groene.nl/artikel/havermelkelite.
Rubberecht, Barbara. “Speculaties rond gebak uit houten prenten: een proces van intensivering naar extensivering | Scriptiebank.” 2006. https://scriptiebank.be/scriptie/2006/speculaties-rond-gebak-uit-houten-prenten-een-proces-van-intensivering-naar.
Schilstra, Johannes J. Koekplanken. 3e [uitgebr.] dr.; Oorspr. uitg.: 1961. Van Dishoeck, 1974.
Werner-Jatzke, Chelsea. “Object of the Week: The Origin of the Cornucopia.” SAM Stories, October 30, 2015. .