Schaamte en subversie: het dagboek als bewijs


Mijke Tonnon
07.03.2026

Op een herfstachtige zondagochtend vis ik mijn oude dagboek uit een stoffige kist op. Aan de glimmend witte kaft herken ik meteen het boekje dat ik als tiener in mijn bureaula verstopte. Het thema is op de omslag gedrukt: Hoe overleef ik mezelf? Daaronder een tekening van een tienermeisje dat in kleermakerszit op haar bed zit te schrijven. Halverwege het boekje steekt een plat touwtje tussen de bladzijden uit. Het dagboek wordt verzegeld door een zilverkleurig slotje.

Een blik op het dagboek brengt me terug naar de tijd waarin ik met opengescheurde knieën, een slotjesbeugel en een beanie op mijn hoofd door de gangen van de middelbare school slenterde. Angstig op zoek naar wie ik was en naar mijn plek in de groep, trad mijn dagboek meer dan eens op als vertrouweling. Die rol maakt het dagboek tot een van de meest persoonlijke objecten die je kunt bezitten. Het hoort veilig opgeborgen te zijn: onder je matras, achter in je kledingkast of in een luik in de vloer. Het dagboek is namelijk niet alleen een drager van dagelijkse bezigheden, maar bovenal een bewaarder van geheimen. Het bekende slotje dat op veel dagboeken zit dient als verzekering daarvan.

Op de bodem van de kist zoek ik naar een sleuteltje, maar tevergeefs, het dagboek blijft gesloten. Misschien maar goed ook, want ik weet niet of ik klaar ben om geconfronteerd te worden met deze jongere versie van mezelf, bang dat ik wordt teruggesleurd in de onzekerheid en schaamte die bij die periode hoort. Deze gevoelens zijn het dagboek als fenomeen trouwens niet vreemd. Ook al in de 19e eeuw was het dagboek vooral bedoeld voor tienermeiden om hun ongemakken op te schrijven die gepaard gaan met de puberteit. Een mooi gebonden notitieboekje met slotje was toen al een populair geschenk voor deze doelgroep. In diezelfde periode ontstond in Frankrijk het journal intime: een vertrouwelijk dagboek waarin de gevoelens en gedachten van de schrijver centraal staan, zonder dat er vanuit een verteller wordt geschreven of een lezer wordt aangesproken. Door deze nadruk op de innerlijke wereld werd deze vorm van dagboekschrijven bij uitstek als een vrouwelijke bezigheid gezien. 1

‘Hoe overleef ik mezelf?’ dagboek van de auteur in tiener tijden. Foto door de auteur, 2026.

Dat deze doelgroep ook tot ver in de 20e eeuw nog hetzelfde bleef blijkt uit mijn Instagram feed die een dag later plots vol staat met pastelkleurige dagboeken uit de jaren ‘90. Diverse GirlTech tv-reclames prijzen de notitieboekjes aan als technische hoogstandjes, compleet met geheime toegangscodes, stemherkenning, onzichtbare inktpennen en geheime vakjes. De reclames zitten vol stereotyperende elementen, zoals de onbetrouwbare mean girls, irritante broertjes, en een meisje dat dromend uit haar slaapkamerraam kijkt terwijl ze hartjes om de naam van een jongen uit haar klas tekent. Deze marketingstrategie, als toppunt van de 90s girlhood, poogt uit te stralen hoe je als jong meisje controle kunt nemen over je eigen leven, maar blijft daarbij akelig vastzitten in oude rolpatronen.

Ook mijn eigen dagboek, dat ik een decennium later voor mijn verjaardag kreeg, past in dit rijtje. Het was merchandise van de bekende Hoe overleef ik…-boekenreeks van Francine Oomen, die het verhaal vertelt van tienermeisje Rosa van Dijk, dat alle hobbels en obstakels van het puberzijn moet zien te overleven. Het dagboek bood lezers niet alleen de kans zich in het hoofdpersonage in te leven, maar verwees tegelijk naar het verborgen, geheime leven dat elk tienermeisje geacht werd te hebben. Het slotje staat synoniem aan tampons verbergen in je broekzak, je eerste BH bij de Hunkemöller passen en stiekem de seksrubriek lezen achterin de CosmoGIRL! Het dagboek is bewijs van de vrouwelijke schaamte.

Wat zegt dit over de functie van het dagboek? Was het bedoeld om vrouwen een plek te geven om zich te uiten, of juist om hen stil te houden en hun omgeving niet te belasten met hun zogenoemde ‘vrouwenproblemen’? Bovendien was het dagboek lang niet overal welkom. Op de kostschool van dagboekschrijfster Henriette Dessaulles waren dagboeken bijvoorbeeld verboden, omdat ze, net als spiegels, werden geassocieerd met narcisme en zelfliefde. 2 Ook wanneer vrouwen eenmaal getrouwd waren, bood het patriarchaat weinig ruimte voor dagboekschrijven: ook dan gold het als een teken van zelfingenomenheid, en bovendien zou een vrouw geen geheimen voor haar man mogen hebben. 3

Natuurlijk hielden ook mannen dagboeken bij, maar dat betrof vaak schrijvers die hun teksten uiteindelijk wilden publiceren. Voor vrouwen lag dat anders: zodra zij zichzelf zichtbaar wilden maken in het publieke domein door te publiceren doorbraken zij een culturele norm die vrouwelijkheid juist koppelde aan passiviteit en onzichtbaarheid. 4 De vrouwelijke connotatie van het dagboekschrijven wordt daarmee uitsluitend gekoppeld aan de veronderstelde verborgenheid ervan. Dit sluit aan bij wat genderexpert Judith Butler beschrijft als gender als performance: gender en identiteit ontstaan niet uit een vaste essentie, maar worden gevormd door herhaalde handelingen, gedragingen en maatschappelijke verwachtingen. 5 Dit fenomeen komt pijnlijk tot uiting in het ontwerp van de notitieboekjes. Slotjes en geheime codes verheffen het geschrevene tot iets kostbaars, maar reduceren het tegelijk tot iets als meisjesachtig en onnozels, bestemd om onder het matras verborgen te blijven.

Deze veronderstelde verborgenheid en inferioriteit hebben er ook toe bijgedragen dat het dagboek lange tijd niet als een volwaardig literair genre werd erkend. Pas in de afgelopen decennia worden dagboeken van vrouwelijke schrijvers met regelmaat gepubliceerd. Een goede ontwikkeling volgens schrijfster Adrienne Rich die benadrukt dat dagboeken onderlinge verbindingen leggen en symbool staan voor levens die lange tijd verzwegen of verborgen bleven. In die zin belichaamt het dagboek een uitgesproken vrouwelijk, en feministisch, genre dat een sleutelrol speelt in het herzien en herschrijven van onze geschiedenis. 6 Daarmee is het niet een bewijs van schaamte, ongemak en zwijgen, maar ook van subversie.

Tegenwoordig lijkt het dagboek, of beter gezegd: het journal, juist niet meer weg te denken uit het publieke domein. Met een havercappuccino op een wiebelend krukje in de hoek van een drukke koffietent, omringd door zorgvuldig uitgestalde AeroPress-filters, is journalen de perfecte activiteit om je main character energy uit te stralen. 7 Als tegengif voor een onophoudelijk voortdenderende, drukke maatschappij, belooft het journal toegang tot een alternatieve, geordende levensstijl. Van het performen van vrouwelijke onzichtbaarheid naar een performance van intelligentie, reflectievermogen en culturele status. Waar het dagboek ooit een bevrijding bood van de regels en restricties van het patriarchaat, vormt het journal nu een vergelijkbare poging tot autonomie: de fantasie dat je het hoofdpersonage bent in een wereld die je zelf vormgeeft.

Het dagboek vormt een waardevol spoor van alle informatie, gevoelens, gedachten en meningen die binnen het patriarchaat geen ruimte kregen. Dagboekschrijven biedt niet alleen een ontsnapping naar de innerlijke wereld, maar is ook een manier om het autonome Zelf te ontwikkelen, vorm te geven en naar de buitenwereld uit te dragen. Juist het dagboek laat, als tastbaar en materieel bewijs, zien hoe waardevol een vrouwelijke en vaak onderbelichte geschiedenis is als alternatief dat zich losmaakt en wezenlijk verschilt van het dominante mannelijke perspectief. Dat vrouwen daarin de hoofdrol spelen blijkt in een maatschappij die hier niet aan gewend is, soms nog wat onwennig. Maar zo’n main character energy is geen reden meer tot schaamte. Integendeel: het werd hoog tijd.



_____
Mijke Tonnon, medeoprichter en redacteur van Platform Pudding, doet onderzoek naar thema’s rond (interieur)architectuur en huiselijkheid, vaak door een gender of queer lens. Ze werkt als freelance curator en is redacteur bij Uitgeverij Blauwdruk.
_____
This article was first published in printed issue of Platform Pudding #1, centered on the theme of proof and published in March 2026.




Notes

1. Valerie Raoul, “Women and Diaries: Gender and Genre,” Mosaic: A Journal for the Interdisciplinary Study of Literature 22, no. 3 (1989): 57-58,.
2. Raoul, “Women and Diaries,” 60.
3. Raoul, “Women and Diaries,” 58.
4. Raoul, “Women and Diaries,” 60.
5. Judith Butler, Gender Trouble: Feminism and the Subversion of Identity (New York: Routledge,
6. 2006), 191, https://doi.org/10.4324/9780203824979.
7. Cynthia Huff, “‘That Profoundly Female, and Feminist Genre’: The Diary as Feminist Practice,” Women’s Studies Quarterly 17, no. 3/4 (1989): 12,.
8. Main character energy is een populaire term voor iemand die zichzelf ziet als het hoofdpersonage in diens eigen verhaal. Het ontstond als een positieve mantra om goed voor jezelf te zorgen, je eigen groei prioriteit te geven en je individualiteit te omarmen, maar heeft ook kritiek gekregen omdat het egoïsme of performatief gedrag zou aanmoedigen. Main character energy beschrijft de manier waarop iemand alledaagse situaties benadert alsof diegene in een film zit, en wordt vaak geassocieerd met activiteiten zoals journaling, het bezoeken van koffietentjes, mindfullness wandelingen en zorgvuldig samengestelde esthetische routines.