Een ontmoeting met licht en duisternis


Melle van Maanen
07.03.2026

Twee eenvoudige houten stoeltjes doemen op in de verduisterde ruimte. Ze werpen scherpe schaduwen tegen de muur. Een vale rugleuning, versleten door een zittend lichaam. De zitting golft, scheurtjes kruipen naar beneden. Als ik dichterbij kom, zie ik dat de stoelen ook bestaan uit metalen onderdelen. Uit een fel oplichtende voorpoot van metaal steken twee schroeven.
Wanneer ik ze tegenkom, struinend over de Dutch Design Week in Eindhoven, hebben de stoeltjes al een opmerkelijke transformatie doorgemaakt. De Parijse kunstenaar Alexandre Henry kreeg ze in gehavende staat in 2025 van een man uit een dorpje vlakbij de Oekraïense stad Izium, niet ver van de frontlinie. De stoelen waren samen met het huis van de man verwoest door een Russische raket. In wat er van het huis over was, vond Henry de resten van de raket. Hij liet de resten omsmelten in een smelterij even buiten Kyiv en gebruikte het aluminium om de beschadigde stoelen mee te repareren. De raket werd een prothese.

Henry, Alexandre. The Light into the Darkness. 2025. Hout en aluminium van omgesmolten Russische rakketten. Met dank aan de kunstenaar.

Het werk, deel van Henry’s serie sculpturen The Light Into the Darkness,1 doet me denken aan de zogeheten trench art uit de Eerste Wereldoorlog. Toen het kanonnengebulder eenmaal zweeg, werden overgebleven koperen granaathulzen door (meestal) anonieme makers bewerkt tot sierlijke vazen met bloemmotieven en vogeltjes. Wat ooit de dood bracht, werd getransformeerd tot iets dat nieuw leven in zijn boezem draagt.

In Oekraïne, waar Rusland in 2022 een vernietigingsoorlog begon, ziet Henry opnieuw hoe dat gebeurt. Hoe mensen telkens weer onder het puin vandaan kruipen en verdergaan met hun levens – tegen de klippen op. Met achtergelaten Russisch materieel bouwen ze hun verwoestte huizen weer op, in het volle besef dat de frontlinie morgen weer in hun achtertuin kan liggen. Met de stoelen heeft Henry het letsel omgesmolten tot de ruwe huid van littekenweefsel.
Dagelijks lezen we nieuws over Oekraïne en zijn daarmee indirect getuigen van deze oorlog. Toch blijven de berichten abstracties, waarmee de impact van de oorlog op afstand kan blijven. Met hun sporen van slijtage, geweld en heling scheppen de stoelen juist een nabijheid die we zelden ervaren, tenzij we er – zoals Henry – ons zelf in begeven. Tussen de onberispelijke voorwerpen op de Dutch Design Week zijn de stoelen dan ook een opvallende verschijning. Het lijken net mensen. Getekend door hun gebruikers en de oorlog, is het zien van de stoelen als een ontmoeting waarin iemand je zijn of haar levensverhaal toevertrouwt. De ervaring van het kijken voelt zo intiem, dat ik de neiging krijg mijn blik af te wenden. Als ik Henry over deze ontmoeting aan de telefoon vertel, noemt hij zijn sculpturen toepasselijk “portretten van mensen, met al hun littekens.” De stoelen zijn levende getuigen. Bezielde wezens.
Henry, die Fotografie in Parijs en Berlijn studeerde, maakte in Oekraïne ook fotoportretten van de mensen die hij ontmoette. En eigenlijk werken de stoelen op een vergelijkbare manier als fotografie: een moment is erdoor vastgelegd en vormt een bewijs dat iets heeft plaatsgevonden. De destructieve impact van de raket wordt niet vernietigd, maar krijgt juist een tastbare plek. Zoals een foto met lichtgevoelige chemicaliën een gebeurtenis registreert, zo is de impact van de oorlog en de veerkracht van de Oekraïners als een herinnering in de stoelen opgeslagen.

Op die manier raken de stoelen ook aan het belang van bewijs. In een interview met Dezeen vertelt Henry over het belang van documentatie voor de collectieve herinnering van de Tweede Wereldoorlog.2 Het was een van zijn drijfveren om als fotograaf naar Oekraïne af te reizen met Dutch Civilian Action, een non-profitorganisatie die humanitaire hulp biedt aan de frontlinie. Want ondanks mogelijkheden tot manipulatie, gelden foto’s nog altijd als gezaghebbende bewijsstukken in rechtszaken. Afgedrukt in de krant kan een foto beeldbepalend worden voor de perceptie van een oorlog. En misschien wel het belangrijkste: ze dragen de verhalen van de betrokkenen zelf, los van enige nationalistische ambities of beeldvorming. De waarde daarvan kan nauwelijks worden overschat, zeker in een vernietigingsoorlog zoals die in Oekraïne.

“In oorlogen sneuvelt de waarheid als eerste”, luidt het bekende gezegde van de Griekse dichter Aeschylus. De sculpturen van Henry bieden in dat verband toch enige hoop, al is het met een scherp randje. Hoop dat in een wereld, waarin steeds onbeschaamder aan het gezag van bewijsvoering wordt getornd,3 kunst op een indringende manier zal blijven getuigen. Want hoeveel raketten er ook worden afgevuurd, de mens zal scheppen en bouwen aan een nieuw begin. Een onblusbaar vlammetje in de duisternis.



_____
Melle van Maanen is conservator bij Museum Het Schip en schrijft voor NRC over architectuur. Eerder schreef hij voor de Nederlandse Boekengids, Bulletin Vereniging Rembrandt en Simulacrum. Het liefst begeeft hij zich op de kruispunten waar architectuur, design en kunst met de wereldgeschiedenis samenkomen.
_____
This article was first published in printed issue of Platform Pudding #1, centered on the theme of proof and published in March 2026.




Noten

1. Zie de website van de kunstenaar: < https://alexandrehenry.net/ >.
2. Alyn Griffiths, ‘Alexandre Henry transforms explosion-damaged objects into “silent witnesses” of Ukraine War”, Dezeen, 4 december 2025, .
3. Ruben Stift en Simone Peek, ‘Kremlin: niet nodig om bewijs te leveren voor ‘Oekraïense aanval’ op residentie Poetin’, NRC, 30 december 2025.